Het is lente en we planten samen nieuwe zomerbloemen op je balkon. De afgelopen maanden hebben we je zien veranderen. Je neemt niet meer actief deel aan gesprekken. Je bent de dagen van de week kwijt. Je bent al drie maanden een sleutelbos kwijt en blijft er in. Gezamenlijk besluiten wij als kinderen je vaker te bezoeken en te gaan helpen met doktersbezoeken, je appartement op orde te houden waar nodig en gewoon even samen te zijn. Het is denk ik al zeker 40 jaar geleden dat ik samen met jou bloemetjes geplant heb. Je deed het tot dan toe zelf en met verve. Op de Zeeuwse schuur met de zwartgeteerde planken liet je hanging baskets plaatsen en ze waren altijd een lust voor het oog. Sowieso regelde je altijd alles. Niet altijd met instemming van eenieder maar goed. Je was het gezicht en sociale factor in de winkel. En nu vind je alles goed en gezellig en heb je geen mening over een petunia welke links of rechts zou moeten. Ik mis je geklaag aan de telefoon zelfs! We vroeten in de aarde en halen oude bollen eruit, die wil je bewaren. Je giechelt omdat je handen vuil worden. Even later heb je een helder moment en spreek je je zorgen uit over je toestand. Ik zal toch niet net als mijn zussen…? Die ernstige vorm van dementie…? Ik stel haar gerust dat ze al zoveel winst heeft gemaakt door al bijna 80 te zijn, waar haar zussen al veel jonger begonnen te dementeren. Je jongste zus komt langs en we drinken gezellig koffie. Ook dan valt op dat je niet meer gaat ‘redderen’ maar gezellig tijd neemt om koffie te drinken. Je vertelt hoe we gezellig geplant hebben en nog een bananenplant vonden in de hoek waarvan we hopen dat die het nog gaat doen. Mam, jouw favoriete seizoen was altijd de lente, dan fleurde je op. Je bent in de herfst van je leven belandt en ik zie op tegen de winter….